u bent hier: nieuws
nieuws
VVD fractie stelt vragen inzake betoncentrale Hillegom-Zuid. |
| Geplaatst door Ted van Haaster op 16/06/2011 |
Antwoord: ja
Vraag 2.
In de zienswijze wordt gesteld dat voor de thans aangebrachte scheiding tussen de betoncentrale enerzijds en de uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten van WHL anderzijds (desgevraagd) geen nadere onderbouwing kon worden gegeven. En dat door B&W van Haarlemmermeer wordt geconcludeerd dat sprake is van een “papieren scheiding”.
Was uw college bekend met de bedenkingen van het gemeentebestuur van Haarlemmermeer en wat heeft u - als college - ondernomen om deze beeldvorming weg te nemen en over deze bestemmingen overeenstemming te bereiken?
Antwoord: wij hebben de bedenkingen van Haarlemmermeer in de Nota van beantwoording beantwoord en later in ambtelijk overleg toegelicht.
Vraag 3.
Is voor de planologische bestemming van gronden, in dit geval een bedrijvenbestemming tot en met milieucategorie 4.2., relevant door welke (rechts)persoon bedrijfsactiviteiten worden ontplooid?
Antwoord; nee
Vraag 4.
Kan het bezwaar van het college van B&W Haarlemmermeer worden weggenomen indien op het bedrijventerrein ten zuiden van de N207, noordelijk van Hillegom Zuid-Zuid, een alternatieve locatie voor de betoncentrale zou kunnen worden gevonden?
Antwoord: ja, maar op deze locatie is geen alternatief beschikbaar. Een alternatieve locatie dient namelijk aan een aantal voorwaarden te voldoen. De betoncentrale vereist een watergebonden locatie voor de aanvoer van grondstoffen in de directe omgeving van de gemeenten Hillegom en Lisse. Gedeputeerde Staten heeft de transformatie van het bedrijventerrein Ringvaart op verzoek van de gemeente Hillegom en derhalve uw raad opgenomen in het ontwerp 1e herziening Provinciale Structuurvisie. Hierbij is eveneens de voorwaarde gesteld van een vervangende watergebonden locatie voor de betonmortelcentrale.
Vraag 5.
Wat zijn de consequenties voor de vestigings- en uitbreidingsplannen indien deze zienswijze tot en met de procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak zou worden gehandhaafd?
Antwoord: dit zal leiden tot vertraging van de plannen maar zal naar onze inschatting niet leiden tot afwijzing.
Vraag 6.
Deze bestemmingsplannen zijn met versnelde (gemeentelijke) procedure ter inzage gelegd in verband met de ontwikkeling van de woningbouwlocatie op het voormalige Ringvaart-terrein. Wat zijn de consequenties voor deze woningbouwontwikkeling?
Antwoord: de bestemmingsplannen zijn versneld ter inzage gelegd in verband met de termijn voor de provinciale milieuvergunningen. Hiernaast is een snelle afhandeling gewenst om verdere bedrijfsschade voor de beide bedrijven te voorkomen.
Er zijn geen consequenties voor de ontwikkeling van het ringvaartterrein.
Vraag 7.
Bent u bereid op korte termijn in overleg met voornoemd gemeentebestuur te treden om in gezamenlijkheid naar een oplossing van dit probleem te zoeken?
Antwoord: Uiteraard is het college altijd bereid tot bestuurlijk overleg.
Inmiddels is ambtelijk afgesproken dat wij onze argumentatie verder zullen onderbouwen en deze opnieuw aan de Haarlemmermeer zullen aanbieden. Haarlemmermeer is bereid om aan de hand hiervan een nieuwe afweging te maken die kan leiden tot intrekking van de zienswijze.
Vraag 2.
In de zienswijze wordt gesteld dat voor de thans aangebrachte scheiding tussen de betoncentrale enerzijds en de uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten van WHL anderzijds (desgevraagd) geen nadere onderbouwing kon worden gegeven. En dat door B&W van Haarlemmermeer wordt geconcludeerd dat sprake is van een “papieren scheiding”.
Antwoord: dit is juist
In de brief van 20 april 2011 geeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer zijn zienswijze op de ontwerp-bestemmingsplannen “Bedrijventerrein Hillegom Zuid-Zuid”en “Parapluplan vanwege de geluidszone van de betoncentrale van Betonmortelbedrijven Cementbouw B.V”. In deze brief verzoekt dit college de raad van de gemeente Hillegom deze bestemmingsplannen niet vast te stellen. Naar aanleiding van deze brief wil de VVD-fractie uw college de volgende vragen voorleggen:
Vraag 1.
Is de stelling - onderaan blz. 1 - juist dat in het ambtelijk overleg van begin 2010 is uitgegaan van het in een parapluplan vaststellen van één geluidszone in verband met de uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten van Wijnhout Handel en Logistiek (WHL) en dat de vestiging van een betoncentrale daarvan deel uitmaakte? Klopt het dat van deze integraliteit ook werd uitgegaan in een bij de provincie Zuid-Holland ingediende aanvraag voor een milieuvergunning?
Commentaren
| Niet gevonden |
Toevoegen commentaar
